Menu

Casus: Van overschatting naar passende hulpverlening

Een voorbeeld van een onderzoek dat is ingezet is de vraag van een gemeente om de arbeidsmogelijkheden van een uitkeringsgerechtigde in kaart te brengen. Na meerdere re-integratietrajecten bleek er nog geen plaatsing te zijn gerealiseerd en er bestond een vermoeden van psychische problematiek. Daarnaast was er sprake van fysiek overgewicht en kreeg de gemeente hem niet geactiveerd. Uit het intakegesprek bleek in eerste instantie dat deze man zijn situatie en levensgeschiedenis goed onder woorden kon brengen. Hierdoor kon hij zich in eerste instantie goed presenteren. Bij doorvragen bleek hij echter te vervallen in dezelfde formuleringen en wist hij weinig aanvullende informatie te geven. Ook sprak hij woorden soms verkeerd uit of gebruikte deze in een verkeerde context. Er bleek sprake van een sombere stemming, inactiviteit, een gebrek aan structuur, weinig sociale contacten en hij had geen nuttige dagbesteding. Ondanks de vraagstelling gericht op de psychische en psychosociale klachten, werd besloten om te starten met een uitgebreid intelligentieonderzoek. Uit de resultaten bleek dat deze meneer functioneerde op een licht verstandelijk beperkt niveau. Door een relatief goede eerste indruk (aangeleerde verbale uitspraken/ formuleringen) had zijn omgeving zijn intellectuele capaciteiten structureel overschat. De aangeboden begeleidingsvorm in re-integratietrajecten en hulpverlening is daardoor niet passend en ontoereikend geweest. Geadviseerd werd om hem te begeleiden naar stichting MEE voor activering en praktische hulpverlening. Bovendien werd geadviseerd om een aanvraag voor een WSW indicatie in te dienen bij het UWV. Ook werden verschillende handvatten gegeven om begeleiding en werkzaamheden op het intellectuele niveau van deze man af te stemmen.

< terug naar gemeente